Onderwijs & Ontwikkeling

Ontwikkelingskansen bieden houdt meer in dan passen binnen structuren

UITGANGSPUNTEN:

Een kind met autisme heeft evenveel recht op ontwikkelingskansen als elk ander kind. Het heeft ook evenveel rechten op kwaliteitsvol onderwijs, als elk ander niet-autistisch kind wat ook zijn aanleg is. Het afdwingen van die rechten en het vrijwaren van de onderwijskwaliteit is een ankerpunt in de doelstellingen van de vzw AUCTORES. We streven ernaar om het kind met autisme te bekijken als een kind met een handicap, primair dus als een kind. De handicap "autisme" betekent echter dat het kind meer hulp nodig heeft dan andere kinderen, maar ook dat die hulp zeer specifiek moet zijn.

We beschouwen autisme als een pervasieve ontwikkelingsstoornis, dit betekent dat het een stoornis is die indringend ingrijpt op alle facetten van het menselijk zijn en dit levenslang. De stoornis heeft ingrijpende gevolgen op de ontwikkeling van het kind in die mate dat een specifieke aanpak absoluut noodzakelijk is. De "autist" bestaat enkel als cliché, er kan dus geen dus geen uniform beeld ( in presentatie) van een mens met autisme worden uitgetekend. Wel zijn er duidelijke gemeenschappelijke kenmerken te onderscheiden in een triade die als volgt wordt geschetst:

Kwalitatieve beperking in de sociale interacties
Kwalitatieve beperking in de communicatie zowel non-verbaal als verbaal
Kwalitatieve beperking in de verbeelding

Met kwalitatieve beperking bedoelen we dat de moeilijkheden die men ervaart niet te wijten zijn aan een mentale achterstand.

Naast het autisme kan door een mogelijke mentale retardatie er zich bij het kind een dubbele handicap manifesteren, waaruit een dubbele zorgvraag voortvloeit .

Doorheen de behandeling van kinderen met autisme zien we dat, ondanks hun uiteenlopende verschijningsvorm, er een eenduidige aanpak dient te worden gevolgd.

Kernbegrippen daarin zijn:

verheldering en verduidelijking
maximale voorspelbaarheid,
individuele aandacht
continuïteit.

Het autistisch zijn wijkt in zijn benaderingseisen zo sterk af van de andere handicaps dat hoe goed ook de onderwijsvorm is waarin hij wordt geplaatst, zijn ontwikkelingskansen niet alleen zullen worden beperkt , en zijn toekomst daardoor zwaar wordt gehypothekeerd, maar dat zelfs het autistisch zijn in de hand zal worden gewerkt. We kunnen niet om de vaststelling heen dat een kind met autisme een onevenwichtig leerprofiel heeft en daarom andere eisen stelt aan de benadering, en niet in het minst binnen het onderwijs.

Na het gezin is de school het belangrijkste opvoedingsmilieu. De kinderen zijn een groot deel van de week op school, wat de school een grote verantwoordelijkheid oplegt. Maar we delen de opvoeding met de ouders wat maakt dat ouders een niet te verwaarlozen gesprekspartner zijn in de onderwijsopvoeding van hun kind. Betrokken zijn en betrokken worden van ouders in het onderwijsgebeuren is een onmiskenbaar uitgangspunt van onze onderwijsdoelstellingen. Een goede samenwerking en een gedeeld engagement bij deze deelverantwoordelijkheid is daarom onontbeerlijk.

Een professionele aanpak voor zowel wat betreft de inhoud als de vorm van het onderwijs zijn de waarborg op kwaliteit. Professionaliteit staat ook voor goed opgeleid personeel, gedrevenheid, en een uitgebalanceerd management .

RANDVOORWAARDEN:

Mensen met autisme krijgen informatie binnen via de verschillende kanalen die alle mensen gebruiken, de zintuigen. Het probleem is de grote meerderheid van de kinderen met autisme de inkomende informatie niet kunnen verwerken, integreren en combineren, het blijven voor hen losstaande gegevens, waarin ze geen of een verkeerd verband kunnen zien.

Een kernprobleem voor kinderen met autisme is het moeite hebben met de zingeving van de wereld en niet in het minst met hun directe omgeving.

Gevolg hiervan is dat, indien de prikkels a-selectief worden aangeboden zij hun leefwereld gaan verkleinen en ze met het materiaal op een stereotype wijze, maar veilig manier zullen omgaan, en dat ze geen of vreemde relaties zullen aangaan. De klassieke klas voor kinderen, met andere typologieën biedt meerdere prikkels die de kinderen op aangeven van de leerkracht ontdekken, een dergelijke omgeving zou een kind met autisme, eerder aanzetten tot enerzijds een ongebreidelde en ongecontroleerde chaotische exploratiedrift, met frustrerende confrontaties als gevolg, of anderzijds zo overweldigend zijn dat het kind zich verder afsluit en kiest voor veiligheid binnen zijn afgesloten en nauwelijks te bespelen autistische leefwereld.

De omgeving bestaat uit mensen, objecten en gebeurtenissen, alleen een specifieke orchestratie van die omgeving in een uitgebalanceerd evenwicht kan een kind met autisme laten groeien in zijn ontdekkingsreis van de voor hem andere wereld.

Wanneer men kinderen met autisme benadert op dezelfde wijze als kinderen met een mentale handicap of leerstoornis , zal men de ontwikkeling van het kind één van beiden hypothekeren, en meestal valt het kind met autisme uit de boot omdat hij niet eens de sociale context begrijpt om zich te manifesteren in het eisen van aandacht. Indien hij dat wel doet, hij niet het maatschappelijk aanvaarde patroon beheerst om dat te doen, en hij dus eerder bestraffend zal worden benaderd dan begrijpend, laat staan aanmoedigend. "Autistisch zijn" is dan de enige oplossing, het vluchten in het door de andere aanvaarde, en veilige, niets (mis)doen, de leegte.

Onze basisdoelstellingen voor onderwijs voor kinderen met autisme zijn dan ook:

Het stimuleren en ontwikkelen van communicatie
de kinderen met autisme leren omgaan met verduidelijking en voorspelbaarheid in ruimte en tijd om zo hun adequaat functioneren te maximaliseren
ontwikkelen van zelfredzaamheid, en het aanleren van functionele en sociale vaardigheidspatronen nodig om te leven, te wonen en te werken gericht op de prognose van hun functioneringsniveau
het informeren van het huidige en het toekomstige cliëntsysteem over de waarde van de omgekeerde integratie

Dit geeft aanleiding tot het formuleren van randvoorwaarden specifiek aan kwalitatief onderwijs voor kinderen met autisme:

Het aanbieden van verheldering :

Dit houdt in dat de beschikbare omgeving voor de het kind met autisme als dusdanig wordt verduidelijkt zodat het kind in staat is in de voor hem beschikbare omgeving te functioneren, zin te geven, en vanuit dat functioneel evenwicht in staat is in te gaan op de hem aangeboden leerkansen. De omgeving (mensen, objecten en gebeurtenissen) krijgt dankzij de verheldering, een functie. Verheldering zal echter nooit een doel op zich zijn eerder een middel om de leerkansen te maximaliseren en de kenmerkende gedragingen te verminderen. Verheldering en voorspelbaarheid kunnen, rekening houdend met de ontwikkelingskansen van het kind op den duur evolueren naar een hoger niveau van verheldering.

Bovendien is het onderwijs er op gericht om steeds waar nodig de verschillende zintuiglijke kanalen gericht te stimuleren. Dat heeft als belangrijke consequentie dat nooit de nadruk zal moeten gelegd worden op een onderdeel van de aanpak. Meestal zullen visuele prikkels gelijktijdig met auditieve prikkels worden aangeboden. Dit alles om de integratie van de verschillende inkomende prikkels te bevorderen, om daardoor de kinderen met autisme in staat te stellen om de wereld beter te begrijpen.

Homogene- of categoraal georganiseerde groepen:

Een tweede randvoorwaarde is dat men kinderen met autisme primair aanspreekt op problemen die samenhangen met hun autisme. Op de tweede plaats worden zij aangesproken op hun geconstateerd mentaal niveau. Dit in tegenstelling tot kinderen met mentale handicaps en /of leerstoornissen, die in eerste instantie op hun leerachterstand worden aangesproken. We kunnen niet anders dan de homogeniteit van de groep waarin kinderen met autisme zich bevinden laten vertrekken vanuit de specifieke benadering vereist door het autisme.

De autigroep is middel

Een autigroep kan nooit een doel op zich zijn, wel een middel in de benadering naar kinderen met autisme toe. Kinderen met autisme zijn rekening houdend met hun prognose niet gebaat om in een sectaire groep te blijven, anders gaan we voorbij aan onze basisdoelstelling. Indien mogelijk is doorstroming naar een gewone groep het mikpunt. De realiteit leert ons dat voor sommige kinderen dit te hoog is gemikt en zij enkel baat blijven halen uit een leeromgeving in een autigroep.

Leerdoelen:

Het opsommen van alle doelstellingen is binnen deze context niet aangewezen toch willen we duiden op een aantal noodzakelijk basisdoelstellingen, waar onderwijs voor kinderen met autisme minimaal moet aan voldoend.

Het is belangrijk om weten dat visuele en / of tactiele ondersteuning (bij slechtzienden en blinden) altijd aan de basis liggen van het streven naar de leerdoelen, van daaruit vertrekkend kan men volgende basisleerdoelen onderscheiden.

Het kind met autisme kan op een zo zelfstandig mogelijke wijze de tijd structuren en omgaan met wijzigingen in de planning , en kan zichzelf organiseren om tot gewenste activiteit te komen.

Het kind met autisme kan verbale of non verbale communicatie ontwikkelen en zijn persoonlijke behoeften uitdrukken.

Het kind met autisme kan psychomotorische vaardigheden ontwikkelen, activiteiten van het dagelijkse leven uitvoeren en zo groeien naar zelfredzaamheid, waardoor het de activiteiten uit het gebied van vrije tijd en ontspanning, werk en (school)-taken beter gaat beheersen. Verheldering zal eveneens de stimulans zijn waardoor het kind de mogelijkheden en beperkingen van materiaal en materieel kan ontdekken en er constructief mee kan leren omgaan.

Vanuit dezelfde verheldering en ondersteuning kan het kind groeien naar het aanleren en beheersen van strategieën met betrekking tot sociale omgang , met anderen komen tot gedeelde activiteiten en spel. Het kind kan evolueren naar het ontdekken van de eigen emoties, de emoties van anderen leren herkennen en er op een maatschappelijk aanvaardbare wijze mee leren omgaan. Waardoor het een situatiegebonden houding kan ontwikkelen en deze kan leren toepassen in zijn leef-, woon- en werkklimaat.

Het kind met autisme kan dankzij diezelfde verhelderende en ondersteunende benadering zicht krijgen op de eigen omgeving, waardoor de frequentie van onaangepast gedrag, automutilatie en paniekaanvallen merkbaar afnemen. Het kind kan gebruik maken van vooropgestelde momenten om autistisch te mogen zijn.

Verheldering en ondersteuning zijn duidelijk engagementen die worden genomen vanuit het cliëntsysteem waarin de mens met autisme leeft. Opleiding moet zich dus richten op beide doelen de cliënt en zijn cliëntsysteem.

Meer informatie